.panasonic purks
september 4, 2010 on 10:36 am | In ge | 8 CommentsGistermiddag, op de terugweg van #zwemles, op tweehonderd meter van ons huisje, stopte ik even om dit te voelen.
Wat voelde dat goed zeg.
.hoe cool is dit nu weer!!!
september 2, 2010 on 8:12 pm | In ge | 15 CommentsHóe onbefuckinglievable cool.
Het ging als volgt.
Eind jaren vijftig, het jaar waarin mijn heldin Patsy, nee niet die van Absolutely Fabulous, mijn ándere heldin Patsy, weg kwam met dit nummer, werd de Spoetnik I, nee niet ‘t drankje, wie herinnert zich trouwens snór nog?, maar een heuse aardsatelliet, de éérste nog wel, gelanceerd door de Sovjet Rusland. Hierdoor begonnen de Amerikanen, geheel terecht en éindelijk, te twijfelen of zij wel zo Machtig en Sterk waren als ze dachten.
Als reactie op de lancering, volgens velen hét begin van het ruimtevaarttijdperk, richtte Amerika een onderzoeksbureau op dat nieuwe technologie moest ontwikkelen. Dat klinkt vrij suf, maar één van de projecten van dat onderzoekbureau was het ontwikkelen van een veilige manier om te communiceren met universiteiten die voor het bureau aan het werk waren. Dat klinkt nog steeds vrij suf, maar ze bedachten een computernetwerk dat stabiel en niet afluisterbaar was en zo was in 1969 het eerste internet een feit. Het was nog maar een heel klein internetje hoor. En nog steeds een beetje suf.
Er werden steeds meer netwerken aangesloten op het internet, begin jaren tachtig werd er overgestapt op een nieuwe techniek en ja hoor, het internet zoals we het nu kennen, alleen dan veel en veel en veel en veel kleiner, was geboren. U weet, ik hobbel altijd hopeloosly achter de feitjes aan, dus een paar jaar nadat het grote publiek het ontdekte, kwam ik ook nog ’s online. Voor de jonkies onder ons, ‘t was geen feestje. Je moest inbellen, je oren bedekken, je portemonnee trekken en heeeeeeel lang wachten. Op alles. En alles was niet veel. Maar dat vonden wij toen wel.
We maken even een kleine sprong in de tijd én het verhaal en wel naar Parijs, waar ik met Vriendje en nog een busje vol Amerikaanse tieners in de leeftijd van zeventien tot zevenentwintig was. Hier. Overdag.
’s Nachts liep ik met Vriendje en metzonder jas uren te zoeken naar één van die kutkinderen Jake, die we uiteindelijk onder de Eiffeltoren vonden, hoe Paris, en een longontsteking op.
Door die longontsteking belandde ik uiteindelijk in een heuse chatbox, wie kent ze nog, en zo kwam het dat ik bijna tien jaar geleden voor het eerst afsprak met Iemand Van Internet. Groot succes, we zijn nog steeds bevriend en hoe cool is dát!
Dat chatten was uiteindelijk niks voor mij, maar toch stond ik dankzij die eerste positieve ervaring wel meer open voor online contacten.
En dan. Is het twee september tweeduizendtien. Ik log al meer dan drie jaar en twitter on the side. Internet is onderdeel geworden van m’n dagelijks leven. Online en offline overlappen elkaar. Ik spreek eens af met deze en gene, kadootjes worden uitgewisseld, hartjes worden onder riempjes gestoken en dán. Dan krijg ik van Iemand Van Internet, een Heel Groot en Heel Gaaf Kado. Zomaar. Omdat ‘ie me daar een plezier mee doet. En ‘t kleuterKind ook. Ik zeg, ménsen. Hóe cool is dit nu weer!!!
Ik heb er geen woorden voor, ondanks de vele woorden die ik toch áltijd heb, waarvan dit logje me ‘n geducht bewijs lijkt. Ik had ook kunnen schrijven, er was eens het internet en toen kreeg ik een tekentablet. Komt op hetzelfde neer en rijmt ook nog. Ik zeg, fotootje d’r bij en klaar.
Jerrymán, mijn dank is zo groot als ‘n olifant! =)


