.over de fabel die borstvoeding heet

mei 14, 2009 on 7:15 pm | In Zucht... | 54 Comments

Voor mij was het geen vraag. Natuurlijk ging ik borstvoeding geven. Ik had er niet eens echt over nagedacht, het was net zo’n gegeven als dat ik mama wou worden. zijn. Toch nam ik twee videobanden mee van de cursus Samen Bevallen, over borstvoeding. Want. Nu het dan toch bijna zover was, was een beetje voorbereiding en of wat meer kennis omtrent het geheel misschien op z’n plaats.
En zo keken Vriendje en ik naar borstvoedende vrouwen over de hele wereld. En hoorden we dat drie maanden borstvoeding een goed begin was, maar dat het kind pas ècht beschermd was tegen allergieën en allerhande andere narigheden na een half jaar. En dat als je het een jaar vol zou houden, die bescherming door zou werken tot het kind een jaar of negen was.
Nou, dacht ik, dat komt goed uit. Want ik was dat toch van plan. Dat jaar.
Ook zagen we kinderen die al konden lopen en praten en die nog steeds aan de borst dronken. Dat vonden we dan weer geen goed plan. Eigenlijk. En het ging bij deze kinderen nog om zulke kleine beetjes, dat ik er het voordeel ook niet echt meer van inzag. Voor moeder noch kind. Een jaar ging het worden.

Een kleine twee maand later legden ze het liefste en mooiste mannetje van de hele wereld op m’n borst. En hij dronk. Alsof ‘ie nooit anders had gedaan. En elf maand en twee weken lang. Het was niet altijd even makkelijk en kolven sucks, maar. Ons mannetje had toch mooi bijna het jaar volgemaakt, voordat ‘ie er genoeg van had.
Bijna direct daarna werd ‘ie voor het eerst ziek. Snipperdesnotverkouden. Ik grapte nog dat borstvoeding dus eigenlijk stiekem alleen maar beschermde zolang als ’t ook daadwerkelijk genuttigd werd, maar hield toch mijn vertrouwen.

Totdat Kleuter Peuter naar peuterschooltje mocht. En ging. En ziek werd. En nog een keer. En nog een keer. En een oorontsteking kreeg. En nog eentje. En vaker ziek thuis was dan op schooltje. En wij ondertussen maar betalen. Zestig euro in de maand voor twee ochtendjes in de week. En wanneer was Peuter niet ziek? In de (vele) vakanties. Na de vakantie ging ‘ie dan weer een of twee keertjes en hij was weer ziek.

Dokter Een zei, is normaal. Dokter Twee zei, hoort erbij. Dokter Drie zei, niks aan ’t handje. Dokter Vier zei, gaat vanzelf over. Dokter Vijf zei, weerstand moet op déze manier opgebouwd worden.
Ja maar en die borstvoeding dan?

Eenmaal bij de kleuters zou het beter gaan. Ook. Heb ik me laten vertellen. Maar mooi niet dus. Terwijl ik dit tiep, word ik bijna gillend gek van het nonstop gehoest van Kleuter. De twee weken vakantie die we net achter de rug hebben, was er niks aan ’t handje en nu is ‘ie weer een paar dagen naar schooltje geweest en het is weer bal mis. En De Nacht moet nog komen.
En hóe vaak is ‘ie al weer ziek geweest, sinds ‘ie bij de kleuters zit? En dat terwijl we zelfs de multivitamine hebben geïntroduceerd in Kleuter’s toch al gezonde ‘dieet’. En o ja, hij krijgt natuurlijk zijn rust. En beweging. En frisse buitenlucht. Ik stofzuig elke dag, we hebben geen vloerbedekking en of huisdieren en ik word er soms zo moedeloos van.

Het kind is vier. Heeft dus bijna een kwart van z’n leven borstvoeding gehad en is vervolgens de helft van z’n leven op-en-af-ziek. Anti-allergie-medicatie, antio-biotica-kuurtjes, Ventolin pufjes, you name it, ik heb ’t in ’t keukenkastje staan. Of in de koelkast. En allemaal op Kleuter’s naam.
En ik geloof er ook gewoon niet meer in. In de fabel die borstvoeding heet.

Entries and comments feeds.